Almere haven

Zorgplicht accountant

Inleiding

Hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar? Mag van hem worden verwacht dat hij ook buiten zijn specifieke opdracht om zijn cliënt of anderen adviseert of waarschuwt? Op die vraag is door de Hoge Raad in de Vie d’Or-uitspraak uit 2006 beslist. Een accountant heeft niet alleen een zorgplicht tegenover zijn opdrachtgever maar ook tegenover anderen die bij het nemen van hun beslissingen zijn afgegaan op de door de accountant verstrekte informatie. Daarbij is niet van belang of de beslissingen van die anderen voor de accountant voorzienbaar waren.

Met enige regelmaat wordt in de rechtspraak de vraag gesteld tot waar de verantwoordelijkheid van de accountant reikt. Recent gebeurde dat in een uitspraak van 22 september 2017 van de Hoge Raad. Het ging in die uitspraak onder meer om de vraag in hoeverre een civiele rechter het oordeel van de tuchtrechter naast zich neer mag leggen.

De zaak

Ondernemer O. had een handelsbedrijf van bloemen uit Zimbabwe en Kenia. Hij ging een joint venture aan met een Keniaanse partner met als doel om ook zelf bloemen te gaan kweken en hij investeerde fors in dit samenwerkingsverband, tot en met 2009 voor een bedrag van € 6.6 mio. In 2009 ontstond een geschil tussen hem en zijn Keniaanse partner, waarna er – kort samengevat – voorstellen door O. werden gedaan om hem uit te kopen. O. liet zich in dat traject bijstaan door een accountant. Er werd een regeling bereikt op grond waarvan O. zijn partner kon uitkopen voor een bedrag van € 2.4 mio. Er zou een aanbetaling plaatsvinden van € 240.000. In de overeenkomst werd een financieringsvoorbehoud opgenomen.

Ter verkrijging van de financiering liet O. zich bijstaan door een adviseur. Deze had zich uit eigen beweging bij O. aangemeld. Deze adviseur droeg een aantal potentiële en welwillende financiers aan. In de sterke verwachting dat de financiering rond zou komen, voldeed O. de afgesproken aanbetaling. Hij deed geen beroep op het financieringsvoorbehoud. De financiering leek immers nog slechts een kwestie van tijd.

Dan blijkt echter dat de betreffende adviseur een oplichter is. De door hem aangedragen financiers blijken grotendeels verzonnen en documenten zijn door hem vervalst. O. kan de overname niet financieren en hij gaat zelfs failliet. De aanbetaling verdwijnt naar Kenia.

In een procedure voor de Accountantskamer klaagt O. vervolgens zijn accountant aan. Deze accountant is nauw betrokken geweest bij de oprichting en de financiering van de joint venture en nadien bij de onderhandelingen naar aanleiding van het conflict tussen O. en zijn Keniaanse partner. O. vindt dat zijn accountant de door de adviseur aangedragen informatie, daaronder de (valse) correspondentie met de zogenaamde financiers, had moeten verifiëren. Dat geldt temeer, aldus O., nu blijkt dat de accountant wist dat de adviseur een dubieus zakelijk verleden had.

De Accountantskamer

De Accountantskamer oordeelt dat de betreffende accountant tegenover O. in strijd heeft gehandeld met het fundamentele beginsel uit art. A-100.4, onder c, Verordening Gedragscode, te weten:

“De registeraccountant handelt bij het verlenen van een professionele dienst zorgvuldig en in overeenstemming met de van toepassing zijnde vaktechnische en overige beroepschriften.”

De Accountantskamer rekende het de accountant zwaar aan dat hij op de hoogte was van het twijfelachtige zakelijke verleden van de betrokken adviseur, dat deze zich in correspondentie met financiers zeer onprofessioneel uitliet en dat hij een bank dwarsboomde bij het verkrijgen van identificatiegegevens van betrokken financiers. De accountant, zo oordeelde de Accountantskamer, was zelf nauw betrokken bij het onderhandelingsproces met de Keniaanse partner en van hem had mogen worden verwacht dat hij, ook zonder dat hij daartoe een specifieke opdracht had gekregen, een kritisch oogje in het zeil had gehouden. De accountant had zaken moeten verifiëren en zijn cliënt moeten waarschuwen, ook buiten de specifieke opdracht om.

De Hoge Raad

Het Gerechtshof te Den Haag liet in de civiele procedure die de ondernemer aanspande tegen de accountant de accountant vervolgens met de schrik vrij komen. Het Hof baseerde zijn oordeel op een aantal omstandigheden, daaronder dat de adviseur zich destijds zélf bij de ondernemer had gemeld, dat hij met hem een tarief van € 10.000 per maand had afgesproken en dat de adviseur overtuigend overkwam en gebruik maakte van listige kunstgrepen om de waarheid te verbloemen. Bovendien, zo stelde het Hof vast, was niet gebleken dat alle door de adviseur aangedragen financiers verzonnen waren. Daarnaast achtte het Hof van belang dat de accountant zelf geen bijzondere expertise had op het gebied van financiering. Er was voor de accountant, buiten de opdracht die hij van de ondernemer had, dan ook geen bijzondere zorgplicht, aldus het Hof.

Die motivering vindt echter geen genade bij de Hoge Raad. Met name acht de Hoge Raad deze motivering ontoereikend in het licht van de overwegingen van de Accountantskamer. Als de civiele rechter afwijkt van het oordeel van de Accountantskamer, dan gelden immers strenge motiveringseisen. Aan die motiveringseisen was hier door het Hof onvoldoende invulling gegeven. Met name was het Hof niet ingegaan op de vaststelling van de tuchtrechter dat de accountant onvoldoende kritisch, zorgvuldig en deskundig had gehandeld.

Betekenis

Een accountant dient zich onder omstandigheden buiten zijn opdracht te begeven. Als professional moet hij soms waarnemingen buiten die opdracht, zowel in de richting van opdrachtgever als derden, vertalen naar adviezen of waarschuwingen. Indien de tuchtrechter oordeelt dat zijn gedrag niet de toets van een redelijk handelend en redelijk bekwame beroepsbeoefenaar kan doorstaan, dan dreigt aansprakelijkheid, tenzij de civiele rechter gemotiveerd oordeelt dat het handelen van de accountant in civielrechtelijke zin toch niet onrechtmatig was óf dat een verband ontbreekt met de geleden schade.

Andere beroepsgroepen

Ook van een notaris mag worden verwacht dat hij rekening houdt met de belangen van derden, aldus de Hoge Raad in het zogenaamde Novitaris-arrest. Onder omstandigheden dient hij zijn ministerie te weigeren. En advocaten? Die hebben weliswaar niet snel een zorgplicht tegenover derden, maar zij worden geacht ook buiten de strikte grenzen van hun opdracht te kijken en zo nodig hun opdrachtgever buiten het kader van de opdracht te adviseren of te waarschuwen (zo blijkt opnieuw uit een uitspraak van eind 2017).

Auteur