Stadsschouwburg Almere foto 2

Het huurbeding in de hypotheekakte

Als een eigenaar van een woning zijn financiële verplichtingen in de richting van de hypotheekhouder (meestal de bank) niet meer na kan komen, dan heeft de bank het recht om de woning executoriaal te verkopen. Wanneer de woning wordt verhuurd, dan kan de woning in principe alleen worden verkocht in verhuurde staat. Het wettelijk uitgangspunt is namelijk: “koop breekt geen huur.”

Omdat een woning in verhuurde staat minder oplevert dan een woning vrij van verhuur, is in bijna alle hypotheekakten een bepaling opgenomen waarin het de eigenaar van de woning wordt verboden om zonder schriftelijke toestemming van de bank de woning te verhuren. Dit wordt het “huurbeding” genoemd. Doet de verhuurder dat toch, dan kan de bank met een beroep op deze bepaling bij de rechter om toestemming tot ontruiming van de woning vragen.

De toestemming tot ontruiming van de woning wordt door de rechter alleen niet gegeven als de huurovereenkomst eerder tot stand was gekomen dan de hypotheekakte of als te verwachten is dat verkoop in verhuurde staat voldoende opbrengt om de nog openstaande hypotheekschuld te betalen. Het huurbeding betekent dus een inbreuk op de huurbescherming.

GCM Advocaten wordt regelmatig door hypotheekhouders ingeschakeld om de executoriale verkoop te bespoedigen en te optimaliseren, waarbij het huurbeding niet zelden een rol speelt. Natuurlijk staan wij ook wel eens aan de andere kant van het verhaal, en kunnen wij onder omstandigheden het leed bij de huurder verzachten door bijvoorbeeld om een verlenging van de ontruimingstermijn te verzoeken en verhaal te halen bij de verhuurder.

Bent u op zoek naar een advocaat huurrecht in Almere? Neem dan contact met ons op.

Eleonore van Lith en Renate Van de Hoef zijn u graag van dienst.